Integriteit in de dagelijkse praktijk van de Dienaren van het Volk

Regels, moraal en ethiek:
Integriteit begint met kennis van de eigen functie.
Integriteit vereist vervolgens kennis van de regels.
Integriteit gaat zowel om de letter van de regels als om de geest ervan.
Integriteit is het zich houden aan de regels.
Integriteit is niet alleen het zich houden aan de geschreven regels, maar ook aan de ongeschreven regels.
Integriteit is niet alleen doen wat moreel is, maar ook wat ethisch is.
Gedrag en karakter:
Integriteit gaat niet alleen om wat men doet, maar ook om waarom men het doet.
Integriteit gaat niet alleen om waarom men het doet, maar ook om wie men is.
Integriteit gaat niet alleen om wie men (niet) is, maar ook om dat men integriteit heeft.
Integriteit van een persoon wordt zichtbaar in de patronen van diens gedrag.
Integriteit is niet van nature aanwezig, maar moet men zelf opbouwen.
Invalshoeken van beoordeling:
Integriteit slaat over van de ene situatie naar de andere situatie.
Integriteit van zichzelf is niet alleen hoe men het begrip zelf definieert, maar ook hoe anderen het definiëren.
Integriteit van zichzelf is niet alleen hoe men het zelf ziet, maar ook hoe anderen het zien.
Integriteit is niet alleen in het geding als de feiten tegenspreken, maar ook als de schijn tegen is.
Integriteit komt te voet en gaat te paard.
Integriteit schuilt niet alleen in grote misstappen maar juist ook in kleine misstappen.
Integriteit uit het verleden spreekt over de integriteit in het heden en de toekomst.
Integriteit wordt beoordeeld aan de hand van de eigen identiteit.
Integriteit van vandaag wordt beoordeeld met de integriteit van morgen.
Voorbeeldfunctie:
Integriteit vereist geen voorbeeldig gedrag, maar wel voorbeeldgedrag.
Integriteit vereist meer voorbeeldgedrag naarmate men meer macht heeft.
Integriteit is niet louter in het geding bij zelfverrijking evenals bij ten onrechte genoten persoonlijk voordeel.
Integriteit in privétijd is relevant voor integriteit in de functie.
Integriteit betekent dat wanneer een persoon iets van anderen verwacht, anderen dit ook van deze persoon mogen verwachten. *1)
Dienaren van het volk

Wat u bovenstaand gelezen hebt, zijn de eerste vier hoofdstukken, volgens de inhoudsopgave, van een studie van de Rotterdamse rekenkamer over integriteit, toegespitst op DV’s, ‘Dienaren van het Volk’; ‘Over de macht van integriteit’.
De titel, ‘Over de macht van integriteit’, was voor mij een eyeopener. Onze oren zijn gewend aan de vuistregel: ‘kennis is macht’. Verhelderend dat ook integriteit macht maakt. Het komt ook meteen bij je binnen: integriteit draagt bij aan het zelfbewustzijn van bestuurders en politici. De macht van integriteit… In feite werpt de studie al in de inhoudsopgave een verhelderend licht op de gang van zaken in politiek Grave in de 21e eeuw. Onze eigenste nieuwe eeuw wordt politiek en bestuurlijk gekleurd door wat we meegemaakt hebben in het Wisseveld. De ‘macht van integriteit’ heeft zich bij ons vooral in negatieve zin gemanifesteerd, het gebrek aan integriteitsbewustzijn heeft dit dossier extreem bezoedeld en daardoor is ons bestuur en onze politiek veel macht uit handen geslagen. Dit blijkt een verstikkende deken te leggen op de bestuurskracht van het heden en de toekomst na het Wisseveld.  
DV’s, Dienaren van het Volk, in ons geval raads- en collegeleden, verliezen macht, zeggingskracht en politieke betekenis wanneer ze hun integriteit niet serieus nemen. Dat speelt in veel  gemeenten, maar een uurtje gericht surfen op internet leert, dat andere gemeenten er heel bewust en vooral ook proactief mee bezig zijn. Rotterdam, toch bij uitstek de gemeente van ‘niet lullen maar poetsen’, is zo’n gemeente. De linkjes onder deze tekst verwijzen naar de studie. Een heel toegankelijke en leesbare studie.

De inleiding van de studie onder leiding van professor Muel Kaptein*2) begint met het ‘credo’:  ‘Dienaren van het volk, afgekort tot DV’s, zijn degenen die, betaald of onbetaald, een functie vervullen in de publieke sector. Om te kunnen dienen hebben DV’s in hun functie macht gekregen. Met deze macht dienen zij integer om te gaan. Dit boek beoogt DV’s daartoe inzichten en handreikingen te bieden.’
De studie is goed toegankelijk geschreven en heel overzichtelijk. Als je kennis genomen hebt van de inhoudsopgave, wordt je vanzelf benieuwd naar de inhoud. Dan begint het avontuur van de integriteit.  De invalshoek is heel praktisch; aan de hand van de praktijk van het politicus en bestuurder zijn wordt een breed scala heldere aanknopingspunten geboden om de eigen integriteit tegen het licht te houden.
De studie kan vrij gedownload worden. Ook geprint, overigens, maar dat is een hele pak papier, 350 bladzijden, ongeveer. Past moeiteloos op de tablet van onze raadsleden. (zie de noten 1)

Tot slot de inhoudsopgave van de laatste twee hoofdstukken voor de goede verstaander:

Andere niveaus:
Integriteit is een belangrijke toetssteen voor beleid.
Integriteit van besluitvorming is het hart van integriteit.
Integriteit schuilt in de inrichting van een orgaan.
Integriteit gaat over de vormgeving van de samenleving.
Ten slotte.
Integriteit bent u nu.

‘Integriteit is ten slotte u. Er is uiteindelijk maar één iemand verantwoordelijk voor de eigen integriteit. Dat is de persoon zelf. En er is uiteindelijk maar één iemand die de eigen integriteit gestalte kan geven. En dat is eveneens de persoon zelf. Kortom, integriteit bent u nu.’*3)

Wil Baaijens, Ben Bongaards; www.gravepolitiek.nl

 

*1) http://www.gratispdf.nl/zakelijk/dienaren-van-het-volk-over-de-macht-van-integriteit/ 
*1)
https://rekenkamer.rotterdam.nl/app/uploads/2015/11/Dienaren-van-het-Volk.pdf
*2)
https://www.erim.eur.nl/people/muel-kaptein/
*3) pagina 338

Dualisme? Kun je dat eten? Deel 1

Het monistisch bestuur van onze gemeente

In mijn jeugd werd het gebruiken van een moeilijk woord vaak afgestraft met de vraag: ‘Kun je dat eten?’ Twee van die moeilijke woorden uit de gemeentepolitiek zijn ‘monisme’ en ‘dualisme’. De vraag of ze eetbaar zijn, is niet aan de orde; wel de vraag hoe verteerbaar ze zijn voor onze bestuurders en politici. De twee begrippen hangen samen met de Trias Politica, *1) de scheiding van de machten, zoals De Montesquieu die bedacht als revolutionair antwoord op de almacht, het absolutisme, van de Franse koningen. Kort samengevat komt het er op neer dat sinds de Verlichting *2) de macht van de staat uiteengelegd is in een wetgevende macht die wetten opstelt, een uitvoerende macht die het dagelijks bestuur van de staat uitoefent en een rechterlijke macht die deze uitvoering toetst aan de wet. Het is zware kost, om in de culinaire sfeer te blijven. Deze ‘trias politica’ was, binnen het Nederlandse staatsbestel, tot het begin van onze eenentwintigste eeuw vooral van toepassing op de inrichting van de staat en de provincie. Gemeenten werden tot dan monistisch bestuurd. Wethouders maakten deel uit van de gemeenteraad en werden uit dat midden gekozen. Dat een raadslid wordt gekozen als wethouder, is nog altijd een optie -denk aan onze wethouder Henisch- maar er kan ook gekozen worden voor een alternatief, een wethouder van buiten. Het Graafse college is een mengvorm van de twee opties.

De raad hoort beleid te voeren

Terug naar de termen ‘monisme’ en ‘dualisme’. In het begin van de eeuw is het bestuur van de gemeente min of meer politiek volwassen geworden doordat ook op dit niveau de machten uiteengelegd werden. Het bestuur van de gemeente is sindsdien eveneens dualistisch geregeld. De gemeenteraad is de wetgevende macht, de macht dus die het beleid maakt of vaststelt. Het college van b&w is de uitvoerende macht. Dit betekent dat de gemeenteraad verantwoordelijk is voor het te voeren beleid en voor de controle daarop. De raad bepaalt dus in principe welk beleid een gemeente voert en gaat eveneens na of het college dat beleid goed uitvoert. Dat is althans het principe. In de praktijk ligt het veel genuanceerder omdat het college voor veel beleidstaken gevolmachtigd is. Voor een deel is dat zo geregeld door de landelijke wetgever en voor een ander deel doordat de gemeenteraad stukken van haar eigen beleid gedelegeerd (uitbesteed) heeft aan het college. *3)

Democratie niet levensvatbaar

Als u de Graafse politiek volgt, hebt u waarschijnlijk maar weinig dualisme opgesnoven. Bestuurlijk Grave zou je, teruggrijpend op de geschiedenis van vóór de Franse revolutie, misschien zelfs beter kunnen omschrijven als het absolutisme, de absolute macht van de meerderheid onder leiding van het college van burgemeester er wethouders. Deze gang van zaken laat ook glashelder zien dat echte democratie bij ons in feite geen enkele levensvatbaarheid kan hebben. In Grave is de politieke en bestuurlijke macht verdeeld tussen meerderheid en minderheid, ook wel aangeduid als ‘coalitie’ en ‘oppositie’. Verdeeld in die zin, dat de meerderheid, het college en de meerderheid van de raad, samen bedisselen wat er moet en kan gebeuren en dat de minderheid de keuze heeft om daar ook maar ‘ja’ tegen te zeggen ofwel het nakijken te hebben en er niet toe te doen. Een keuze voor ‘ja’ kan soms betekenen dat de oppositie ook werkelijk (een beetje) inbreng heeft.

Inhoudelijke kant heeft nauwelijks gewicht

Democratisch gezien is deze gang van zaken een groot probleem. Het begint ermee, dat de raad slecht functioneert en in feite niet in staat is om voldoende macht, kennis en fantasie in de schaal te leggen om werkelijk de wetgevende macht te kunnen zijn. Dat zie je bijvoorbeeld aan partijprogramma’s die veel weg hebben van de verlanglijstjes van Sinterklaas maar bijna niets melden over de weg naar het doel dat men wil bereiken, terwijl politiek toch in essentie daarover zou moeten gaan. Je ziet het ook aan de collegeprogramma’s van onze coalities die zeker niet meer om het lijf hebben. Collegeonderhandelingen gaan vooral over de wethouderszetels en de verdeling ervan. De inhoudelijke kant van de te voeren politiek heeft daarbij nauwelijks gewicht en komt vooral neer op natte-vinger-werk naar aanleiding van wat de ambtelijke staf en het college op het menu hebben staan.

Onvoldoende kundigheid

Doordat de politiek (de raad) haar primaat *4) eigenlijk niet opeist, bestaat het in de praktijk ook niet. Je zult in Grave zelden of nooit een politieke actie meemaken die vanuit de gemeenteraad is ontstaan. De politiek maakt eigener beweging immers nauwelijks gebruik van haar specifieke wetgevende bevoegdheid, omdat ze niet de moeite neemt, cq. niet over voldoende kundigheid beschikt om de bestuurlijke en politieke agenda te bepalen. Onze politiek consumeert politieke voorstellen, zoals ze door het college worden opgedist. En ook dat is dan nog maar zeer ten dele het geval; heel vaak zien we dat de ‘vierde macht’, *5) het ambtelijk apparaat, in belangrijke mate bepaalt wat er op het programma staat en al zeker hoe dat er uit gaat zien als beleid. De uiteindelijke macht van de burger, vertegenwoordigd door de wetgevende macht (raad) wordt zodoende zwaar ingeperkt door hoe de overheid met de macht omspringt.

Kritische burger als zeurkous

Grave kent, afgaande op de praktijk, in de verste verte geen dualisme. College en meerderheid kruipen doorlopend incestueus bij elkaar om samen de politieke agenda te bepalen en uit te voeren. Binnen de boven genoemde beperkingen. Om dat mogelijk te maken, wordt in feite als eerste de democratie de nek om gedraaid. De politieke partijen of liever de politici zelf hebben nauwelijks een idee van wat burgers beweegt. Ze doen weinig moeite om daar achter te komen. Ze zoeken de burger nauwelijks op en als burgers zich eigener beweging met de politiek bemoeien, wordt daar zeer krampachtig tot vijandig op gereageerd. De kritische burger wordt bejegend als zeurkous. Dus eigenlijk precies het tegenovergestelde van hoe een competent politicus of bestuurder zou moeten omgaan met burgers. De besluitvorming vindt nagenoeg achter gesloten deuren plaats, buiten het zicht en het gehoor van de kiezers. Het kan dus ook niet anders of het doet er nauwelijks toe wat de burger vindt. Alles draait er om of voorstellen met voldoende stemmen worden aangenomen, acht of meer. Dit verklaart ook waarom er in onze raad bijna nooit een discussie is. Als er dan al een keer wel wordt gediscussieerd, gaat het er katterig en chagrijnig (kwestie snippergroen) aan toe of bestookt men elkaar met jij-bakken. *6)

Uit de school klappen doodzonde

De essentie, de ‘harde kern’, van deze ondemocratische bestuurswijze lijkt geheimhouding. Onze politiek en ons bestuur hebben een broertje dood aan integriteit en vooral over het gestructureerd daarover nadenken. Er is maar één type ‘integriteitsschending’ waarvan ze wel collectief het schompes krijgen. Uit de school klappen is een doodzonde. Als dat voorvalt, worden de daders geknipt en geschoren en rijzen onthutst de verontwaardigde vingers ten hemel. Waar democratie (letterlijk de macht van het volk) het in essentie moet hebben van openbaarheid, is de essentie van de Graafse politiek de geheimhouding. Het Graafse ideaal is dat burgers pas met beleid geconfronteerd worden, wanneer het in kannen en kruiken is. Dat zie je heel pregnant wanneer burgers zich opwerpen als vertegenwoordiger of belangenbehartiger voor elkaar. De snippergroenaffaire is daar een helder voorbeeld van. De bejegening vanuit de politiek (meerderheid) wordt vijandig en afkeurend, terwijl je als politicus en bestuurder juist blij zou moeten zijn met de inbreng van burgers. Overigens, men babbelt soms honderd uit over burgerparticipatie maar intern zal dat zeker worden uitgesproken, alsof men een lepel levertraan te verstouwen heeft gekregen. Burgerparticipatie hoort immers tot de tijdgeest maar meer dat lippendienst kan dat in Grave niet zijn.

Bestuurskracht afficheren?

Grave wordt monistisch bestuurt; steeds is het vier jaar lang hetzelfde clubje dat de politiek en het bestuur voor zich opeist. De raad neemt nooit het initiatief en oefent ternauwernood controle uit op het college, omdat het allemaal één pot nat is. Het lijkt voor een burger ook nauwelijks zinvol kritiek of feedback te leveren op het beleid of bijvoorbeeld op de integriteit van bestuurders en instellingen. Als er al naar burgers geluisterd wordt, gebeurt dat met voelbare tegenzin. In de wandeling wordt het nauwelijks getolereerd wanneer een burger zich met de politiek bemoeit. Dat heeft regelrecht te maken met dat monistische denken. De macht klontert samen in een onderonsje, waarschijnlijk als zelfbescherming, omdat dit kennelijk de enige politieke gang van zaken is, waarmee men heeft leren omgaan. In dit licht is het eigenlijk ook een lachertje dat ons bestuur zich als bestuurskrachtig tracht te afficheren. Een bestuur dat alleen maar kan functioneren door incestueus de wetgevende en uitvoerende macht binnen een en hetzelfde clubje verstrengeld te houden.
In Grave moet bestuurlijk gezien, de eenentwintigste eeuw nog beginnen. Jammer dat er inmiddels, door hetzelfde euvel, minimaal een miljoen of twaalf door de plee zijn gespoeld in het Wisseveld. Daar had dualisme inderdaad het verschil kunnen maken; een (mondige) wetgevende macht (raad) die wel weet wat binnen het dualisme haar taak zou zijn geweest. Namelijk zelf op je tellen passen en de macht controleren. Het Graafse monistische ‘gehannes’ heeft dus een gouden prijskaartje en dan hebben we het alleen nog maar over geld. De echte prijs is veel hoger dan dat; een bestuur dat eigengereid zijn eigen gang gaat en lak heeft aan zijn burgers.

Ben Bongaards; www.gravepolitiek.nl  

*1) https://nl.wikipedia.org/wiki/Trias_politica
*2)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Verlichting_(stroming)
*3) zie ook:
http://www.gravepolitiek.nl/index.php/meer-lezen-over/88-dualisme-en-monisme
*4) http://www.encyclo.nl/begrip/primaat
*5)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Vierde_macht
*6)
https://www.taaluilen.nl/taalblogs/wat-een-jij-bak/

 

 

 

Dualisme? Kun je dat eten? Deel 3

Samenwerkingsverbanden, monisme en democratie

In de eerste twee delen van dit verhaal hebben we het zijdelings al even gehad over de theorie en de praktijk van ‘monisme’ en ‘dualisme’. Bij het dualistisch ideaal van de gemeente en de gemeenteraad kunnen in de praktijk flink wat vraagtekens en kanttekeningen geplaatst worden. De wetgever heeft geregeld dat het college van b & w zelfstandig een aantal bevoegdheden heeft die de rol van de gemeenteraad als wetgevende instantie relativeren. Daarnaast heeft de raad eigener beweging of bij gebrek aan tijd, kunde en motivatie flink wat beleidszaken gedelegeerd aan het college en bijvoorbeeld aan CGM, het samenwerkingsverband van Cuijk, Mill en Grave. Dat delegeren heeft in Grave zo’n vlucht genomen, dat het bepaald niet onzinnig is om daar kritisch over na te denken.

Het feest van de hamerslagen

In de jaarlijkse perioden van begroten en verantwoorden zie je op de raadsagenda’s stukken van allerlei soorten verlengd gemeentelijk bestuur, meestal bijeengebracht onder de noemer ‘samenwerkingsverbanden’. Die zijn er met bosjes. De gezondheidszorg, de jeugdzorg, de ouderenzorg zijn er voorbeelden van. Een blik op de raadsagenda van 28 maart (*1) en 4 april (*2) geeft een indruk van de kwantiteit.  Wat de gemeente daar zelf beslist, is maar een schijntje van wat er allemaal moet gebeuren en wat zij moet bekostigen. Slechts een schijntje gebeurt op de plek waar dat beleid idealiter zou moeten worden gevoerd en verantwoord, de gemeenteraad. Dat zou een zichzelf respecterend gemeentebestuur een doorn in het oog kunnen zijn maar in Grave is het vooral het feest van de hamerslagen. ‘Hupsaké, weer een begroting goedgekeurd!’ ‘Simsalabim, weer een jaarstuk gecontroleerd!’ ‘Halleluja, weer een rapport afgehamerd!’ Ze heten allemaal door de raadsfracties bestudeerd te zijn maar de praktijk wijst uit dat onze politici er zelfs geen been in zien dat ze de eigen begroting niet kunnen lezen en begrijpen.

Mond vol tanden

Heel sprekend is te onzent het voorbeeld van de Veiligheidsregio en de bak onheil die deze over Grave heeft uitgestort door de brandweer te halveren en de ladderwagen bij ons weg te halen. Zonder dat onze politiek meer kon uitrichten dan het met lede ogen aanzien en laten gebeuren. Dat is weliswaar een deel van de portefeuille die de burgemeester van rijkswege toebedeeld heeft gekregen maar dan nog zou je kunnen verwachten dat de wensen van Grave doorklinken in zijn bestuur. Of dat ook gebeurt? Het is geheim, zoals in Grave alles geheim is wat men niet graag aan de grote klok wil hangen. De burger hoeft hier uiteraard niets van te weten…
Of de werkelijkheid van onze gedachten de ware werkelijkheid is, blijft vaak in nevelen gehuld zoals de toppen van de Olympus. We zagen (november 2015) een burgemeester die met een mond vol tanden stond toen hij te elfder uren ‘verantwoording’ af moest leggen van beide veiligheidszeperds maar daar bleef het dan ook bij. Geen mens, geen raadslid die doorvroeg hoe de vork aan de steel stak… Precies zo moeten we voor zoete koek slikken dat onze binnenstad op papier veilig is terwijl er nooit een raadslid is dat wil weten hoe dat dan wel geregeld is. Laat staan dat die het ons zou kunnen vertellen als verantwoordelijk bestuurder.

Bestuurlijk monstrum

Diezelfde burgemeester heeft er, net als de drie wethouders quasi een dagtaak aan om tussen C, G en M (CGM) te forenzen en daar het ambtelijk apparaat aan te sturen. Een ambtelijk apparaat dat op afstand van de gemeenterad geplaatst is en waar de wethouders en de burgemeester samen de lakens uitdelen, zonder dat de raad er een idee van heeft wat er allemaal gebeurt. Tegelijk wordt de gemeenteraad wel aangemerkt als vertegenwoordiger van de burger voor wie de dame en de drie heren in de weer zijn en draagt zij uiteindelijk ook eindverantwoordelijkheid via de begroting en de jaarverslagen waarvoor zij tekent.
Bestuurlijk is dit in feite een monstrum, zeker als je waarde hecht aan de democratie en de eisen die zij aan het bestuur stelt. Een raadslid, een raad, kan daar redelijkerwijs eigenlijk geen verantwoordelijkheid voor dragen maar toch zijn de gemeentelijke zaken zo geregeld dat hij of zij wel geacht wordt dit te doen. Dat Grave dan ook nog eens monistisch in plaats van dualistisch wordt bestuurd, maakt het allemaal nog triester. De raad heeft sowieso nauwelijks inzicht in wat er omgaat in al die samenwerkingsverbanden en dat gebrek wordt vervolgens nog eens aangedikt door hoe ons bestuur in elkaar steekt, een monoliet van monisme waarop de democratie evenveel vat heeft als een bui regen op een blok basalt. 

Staat in de staat

Van lieverlee ontstaat zodoende het beeld van de gemeentelijke overheid die zich helemaal niets aan de burger gelegen laat liggen. Goeddeels is dat onmacht door de structuren die niet bedacht zijn om democratisch te functioneren maar het weerspiegelt evenzeer de machteloosheid van mensen die de macht krampachtig vasthouden. Hetzelfde gebeurt wanneer je een handje zand in je handpalmen klemt. Het loopt weg tot je hand leeg is.
Als die samenwerkingsverbanden; ze zijn uitstekend om deskundigheid te kweken en te koesteren maar vanuit de democratie gezien zijn het ondingen waar beleid een eigen leven leidt buiten de politieke lichamen en ambtsdragers om. Op die manier wordt de almacht van het monistische gemeentebestuur de almacht van de professionals die stuk voor stuk de neiging vertonen een staat in de staat te worden. Die macht opereert anoniem, zolang niet een of andere egotrippende halve zool het zo hoog in de bol slaat dat hij de statuur heeft voor een Maserati.

Een eigen leven

Waar die samenwerkingsverbanden staan in de trits van de eerste tot en met de zesde macht die naar aanleiding van de Trias Politica is bedacht? Ze hangen, zo schat ik in, tussen de ambtelijke staf, de vierde macht en de deskundigen of adviseurs, de zesde macht. Ze zijn bedacht als de verlengde arm van de tweede macht, de uitvoerende macht (raadsleden), maar liggen zo ver verwijderd van Grave en haar werkelijkheid, dat ze min of meer hun eigen weg kunnen gaan. En dat leidt tot dezelfde pijn die we voelden bij al die adviesbureaus. Ze gaan een eigen leven leiden zonder dat er ooit ergens verantwoording hoeft te worden afgelegd. Hoor je onze wethouders ooit terugkoppelen wat er in Cuijk, Mill en Grave gebeurt? Hoor je de burgemeester ooit verantwoording afleggen van zijn inspanningen binnen CGM? Zou kunnen dat dat gebeurt in het diepste geheim...

Toekomst buiten de deur gehouden

Al die samenwerkingsverbanden regelen inmiddels wel 80 tot 90 procent van de programma’s op onze begroting maar er is geen mens die verband weet te leggen tussen het geld dat er besteed wordt en de bestuurlijke revenuen die het oplevert. De deskundigen zullen dat weten tot achter de komma maar de verantwoordelijke politici, volksvertegenwoordigers, hebben enkel het nakijken. En het volk, de burger? De burger past niet in het concept, zoals hij ook geen status heeft binnen het kraam van onze monistisch bestuurde gemeente. Die samenwerkingsverbanden zijn op die manier eigenlijk vooral meer van hetzelfde. Een monistisch bestuur dat zich meer monisme geschapen heeft.
Als je kijkt naar de politieke en bestuurlijke volumes van wat onze gemeenteraad te verhapstukken heeft, zo’n 10 tot 20 procent van het totaal, ligt de vraag voor het oprapen waarom we dit nog in stand willen houden. Democratische meerwaarde heeft het niet, omdat onze politiek dat kind allang met het badwater heeft weggegooid. Dat gezegd zijnde, heeft het concept eigenlijk enkel nog nostalgische en symbolische waarde maar die is uitsluitend bedacht vanuit het verleden en houdt de toekomst min of meer buiten de deur.

Dansen op het graf

Het Graafse concept van bij elkaar kruipen en alles zelf bekonkelen wordt hoog gehouden als alternatief voor wat ook een oplossing zou kunnen zijn, een grotere gemeente waarvan Grave een deel is. Al aarzel ik daar ‘Land van Cuijk’ achteraan te schrijven. Ook dat zou, redenerend vanuit het bestaande, waarschijnlijk vooral meer van hetzelfde worden… Het is wel tekenend dat ons monistische bestuur de discussie hierover mijdt als de pest en dat is dan ook nog het enige in het collegeprogramma wat wel gekoesterd wordt: een broertje dood aan (echte) samenwerking. Daar lijken ze het allemaal voor te doen. Dat moet al die kippendrift over zelfstandigheid rechtvaardigen, terwijl men zich zelden enige concrete gedachte lijkt te willen maken hoe dat dan geregeld zou moeten worden. Het financieel beleid alleen al gaat uit van een zelfstandige toekomst voor hooguit een jaar of vijf; daarna is de toekomst verhypotheekt door de schulden die er gemaakt worden. Het heeft iets van dansen op het graf of van het versnoepen van de laatste oortjes.*3)

Ben Bongaards; www.gravepolitiek.nl

 

*1) http://www.grave.nl/welkom-bij-grave/bestuur/overzicht-bestuur/gemeenteraad/vergaderkalender?Link=%2finternet%2fvergaderkalender_3709%2fitem%2fvergadering-gemeenteraad_4525.html   
*2)
http://www.grave.nl/welkom-bij-grave/bestuur/overzicht-bestuur/gemeenteraad/vergaderkalender?Link=%2finternet%2fvergaderkalender_3709%2fitem%2fvergadering-gemeenteraad_5212.html
*3)
https://onzetaal.nl/taaladvies/je-laatste-oortje-versnoept-hebben

Dualisme? Kun je dat eten? Deel 2

 

Monisme wordt beleefd als een geschenk uit de hemel

In het eerste deel van dit verhaal hebben we uiteen proberen te zetten dat en waarom ‘dualisme’ als bestuurlijk principe in Grave geen schijn van kans krijgt, doordat onze bestuurders en politici, in strijd met de gemeentewet en de grondwet, zich te buiten blijven gaan aan ‘monisme’, de bestuurlijke organisatievorm van vroeger eeuwen. De  snippergroenaffaire is een voorbeeld van hoe onze overheid met haar monistische manier van werken precies het tegenovergestelde bereikte van wat ze voor elkaar wilde krijgen. Heel simpel begon het verhaal met geldgebrek, een penibele situatie voor een overheid die claimt haar zaken financieel op orde te hebben. Het geld leek voor het oprapen te liggen, omdat nogal wat inwoners zich snippertjes gemeentegrond hadden toegeëigend. Maar onze bestuurder, wethouder Daandels, had zich te weinig in de janboel van het verleden verdiept om in te zien dat het op z’n gunstigst een moeizaam karwei zou worden.

Geschenk uit de hemel

Punt is natuurlijk ook, dat niet alleen dit snippergroenbeleid in het verleden een zooitje is geweest; dat is ook het geval met andere beleidsterreinen. Iedereen kent ze: het overige ruimtelijk beleid, de openbaarheid van bestuur, de informatie van de burger, de communicatie. We zien vervolgens dat het communicatieve tekort tegelijk wezenlijk onderdeel is geworden van de ‘modus operandi’ van ons bestuur en dat men daar inmiddels met liefde mee heeft leren leven. Hoe cynisch het ook is, het wordt in Grave feitelijk niet als een bestuurlijk probleem beleefd maar (stiekem) als een geschenk uit de hemel. Dat zie je aan de feiten. Jaar op jaar wordt plechtig toegezegd wat aan de communicatie te doen en even zo vaak gebeurt er lou loene.*1) Dat zal niet veranderen, evenmin als de monistische werkwijze snel zal veranderen. Het gebrek aan openheid is wezenlijk voor ons bestuur en dat betekent dat er ook weinig draagvlak geschapen kan worden voor beter bestuur. Waar het om  communicatie gaat, doet dat kennelijk nergens pijn maar waar het gaat om de financiën, is het een heel ander verhaal. En zo zijn we weer bij het snippergroen. Een melkkoe…

Klakkeloos neerpennen

Voor deze melkkoe heeft Grave een andere oplossing bedacht. Dezelfde oplossing die men vindt voor alle zaken waartoe men zelf niet in staat is. Zo komen we op de adviesbureaus, voor het snippergroenproject de firma Eiffel, en zijn we beland bij een element dat ik in het eerste deel van dit verhaal heb laten liggen. Behalve de vierde macht, het ambtelijk apparaat, is er sprake van een vijfde en een zesde macht.*2) De vijfde macht is de pers. Die ‘macht’vloeit voort uit de openbaarheid en daarmee hebben we snel gezegd waarom deze macht in Grave klein en braaf gehouden wordt. Wie openheid schuwt, schuwt immers als eerste de (kritische) pers. Onze overheid probeert bijvoorbeeld de pers aan haar lijntje te houden met afspraken over de gemeente-informatie en weerhoudt haar daarmee tegelijkertijd van een kritische houding. Van deze vijfde macht kunnen we in Grave vaststellen dat ze zich keurig aan lijkt te passen aan de luim van ons gemeentebestuur. Dat leidt tot zelfcensuur en tot journalisten die klakkeloos neerpennen wat ze door de meerderheid voorgeschoteld krijgen. We hebben het dan bijvoorbeeld over de affaire Ben Peters (CDA), waarbij het raadslid zijn critici afschilderde als wetsovertreders en ondertussen lekker door bleef modderen in zijn eigen win-winsituatie met de gemeente en de GBB.*3) ‘Arena’ schreef zijn gesnotter op zonder hoor of wederhoor en zonder de geringste kritische vraag aan haar ‘krantenfluisteraar’.
Over de pers kun je stellen dat de waarde en haar geloofwaardigheid in politiek opzicht afhankelijk zijn van het zelfbewustzijn van krant en journalist, zoals dat in politiek en bestuur geldt voor het bestuur als geheel en voor de afzonderlijke politici en bestuurders. Het kan nooit meer worden dan zij er van kunnen en willen maken.

‘Maak er maar wat van’

Als er gesproken wordt over de zesde macht, gaat het over de adviesbureaus. We kwamen Eiffel tegen bij het snippergroen. De zesde macht heeft zogezegd vleugels gekregen door de zogenaamde ‘terugtredende overheid’. De overheid die steeds meer van haar beleid overlaat aan maatschappelijke instellingen en adviseurs. De laatsten zijn bedrijven die de kost verdienen met het uitdokteren van beleid en steeds vaker ook met de uitvoering ervan. Het snippergroenproject laat bijvoorbeeld zien dat onze wethouder Daandels Eiffel in de arm nam en waarschijnlijk niet veel meer gezegd zal hebben dan ‘hier heb je de ordners; maak er maar wat van want we zitten krap bij kas.’ Dit gezegd hebbend, komen we vanzelf weer op ‘monisme’ en ‘dualisme’. Wat de wethouder hier deed was namelijk loepzuiver monisme. Het is niet duidelijk of er in de boezem van de meerderheid überhaupt over gepraat is in het beginstadium; zeker is in ieder geval dat de raad geen enkele invloed heeft gehad op de beleidskeuze noch op het beleid zelf. De raad is pas in beeld gekomen, toen de verkiezingen van 2014 op handen waren en de politiek de bibbers kreeg over wat de wethouder overhoop gehaald had. Het project werd opgeschort tot na de verkiezingen en daarna meteen weer opgetuigd. Behalve uit de opschorting blijkt uit niets dat de raad zich druk gemaakt heeft, druk heeft willen maken, over het snippergroen. De parallellel met het Wisseveld ligt voor het grijpen!

Wrevel en schouderophalen

Dat vervolgens het hele snippergroenbeleid een langgerekte aanfluiting is van hoe een bestuur zou moeten opereren, valt één op één te lezen in het Rekenkamerrapport.*4) Daar wordt in keurige bewoordingen de vloer aangeveegd met het hele snippergroenbeleid en krijgen wethouder en raad (gelukkig met zijden handschoenen) een reeks striemende oorvijgen uitgedeeld. Al die oorvijgen gelden de bestuurlijke werkwijze. Zonder de burger, zonder de raad, zonder duidelijk omschreven doel, zonder deugdelijke beleids- en besluitvorming… Afijn, u kunt het zelf lezen. Wij zouden zeggen: een zooitje maar een rekenkamer kiest salonfähigere termen.
Dan komt te langen leste het ogenblik dat de gemeenteraad het rekenkamerrapport gaat behandelen om zo de lessen te trekken uit de puinhoop. Mooi niet dus… Wat het rapport bij de meerderheid teweeggebracht heeft, is wrevel en vooral ook het ophalen der schouders. ‘Hoe durft ze, de rekenkamer!’ De LPG gaat zelfs zover dat ze, ocharm, de rekenkamer de les leest over vermeende fouten, alsof die het rapport opgesteld zou hebben als een document over haar eigen functioneren. Daarmee is de LPG nog wel de enige partij binnen de meerderheid die echt probeerde in te gaan op de inhoud.
De minderheid was hierin veel nadrukkelijker maar daar wreekt zich onmiddellijk een ander euvel dat aan het monisme kleeft; binnen het monisme is er geen plaats voor kritiek van wie dan ook. Mondjesmaat mag de minderheid, de oppositie, wat inbrengen als dat geen kwaad kan maar andere critici worden gewantrouwd en gemeden als de pest. Dat is het lot van ‘Grave Politiek’ maar met bijvoorbeeld de rekenkamer als goed gezelschap. Namens college en raad had bijvoorbeeld onze burgemeester voor ‘zijn’ respectvolle troepen uit al de toon gezet door als bestuurlijke wijsneus de rekenkamer op de korrel te nemen. De man is, verblind door de ‘couleur locale’ die hij aantrof ten stadhuize, doordrenkt van de ‘zegeningen’ van het monisme. En voor hem zullen dat inderdaad ‘zegeningen’ zijn. Waar ter wereld zou hij beter functioneren dan in een monistische gemeente waar hij zijn poppetjes aan touwtjes lijkt te kunnen laten dansen… ‘Lijkt’ want uiteindelijk is de man vooral de vooruitgeschoven post van de meerderheid die aangestuurd wordt door de vierde en de zesde macht. Denk aan onze nep-secretaris… Maar denk ook aan de aansturing door de wethouders en de adviesbureaus die Grave als trouwe klant koesteren.

Legioen van lobbyisten

Het nare van die adviesbureaus is vooral dat ze ‘geen beleid’ vervangen door nepbeleid en vooral dat ze een macht vormen die door geen mens gecontroleerd wordt of kan worden. Ze zijn een alibi voor falende bestuurders die met legen handen zouden staan, als ze er niet waren. Ze zijn dus in feite de bijl aan de wortel van onze democratie. De zesde macht omvat ook het legioen van de lobby’s en lobbyisten. Dat verschijnsel hoort bij de hogere regionen van politiek en bestuur, Den Haag en Den Bosch voor ons, maar dat gezegd zijnde, zou ik als burger best wat meer inzicht willen hebben in het functioneren van allerlei elites die gepaaid moeten worden en daarom buiten het zicht en buiten elke controle (mogelijk) meer voor elkaar krijgen dan de oppositie in de raadszetels. Uiteraard komt het iedere club toe om zijn eigen belangen te behartigen maar binnen de politiek zou het passend zijn om daar als burger zicht op te hebben.

Ken je die van de bestuurskracht van Grave?

Het snippergroenrapport is een goede weergave van het snippergroenbeleid, zoals het gevoerd is. Helaas kunnen we bijna zeggen ‘het beleid, zoals het de gemeente overkomen is’. Door toedoen van bestuurders die monistisch samenklitten en er op kicken dat ze het zonder burgers en zonder raad voor elkaar krijgen en geen pottenkijkers dulden. Want dat is misschien wel het grootste euvel van de monistische werkwijze. Die vooronderstelt namelijk dat zo’n bestuur geen burgers in zijn nabijheid duldt en sluit daarmee zelf de deuren en vensters voor iets engs als de democratie. Tegengeluiden worden geweerd, men kiest eigen adviseurs die de strooppot hanteren en daarvoor een gouden factuurtje overleggen. Waar een gezond functionerend bestuur bijvoorbeeld zijn eigen tegenspraak organiseert, kruipt het onze bij elkaar om samen de kritiek van het lijf te houden. Die vijandigheid wortelt in de onkunde en het daarmee gepaard gaande onbegrip maar uiteindelijk vooral in de verlegenheid daarover. Het is aan het eind van het verhaal alleen maar zielig zoals ons bestuur met ons en zichzelf omgaat. Als er binnen de raad politici zijn die een ander beleid willen -en die zijn er wel degelijk- worden die onderuit gemaaid met ‘overlegmethodieken’ als afzeiken, verdacht maken, ‘kijk naar je eige’. De gereedschapskist van het politieke onbenul. Grave gaat prat op zijn ‘bestuurskracht’. Max Tailleur zal dat postuum zeker weten te waarderen: ‘Ken je die van de bestuurskracht van Grave?’

Ben Bongaards; www.gravepolitiek.nl

 

*1) https://onzetaal.nl/taaladvies/lou-loene
*2)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Schaduwmacht
*3) ‘Grond en Bouw Bank of Grond en Bouw Bureau’
*4)
file:///D:/Backup%20!!!!/Downloads/2017-012%20Rapport%20'Evaluatie%20project%20snippergroen%20gemeente%20Grave'%20RKC%20LvC%2031%20januari%202017%20(4).pdf

Knotwilgen en blauwalg.

Het artikel “Kaalslag aan water,blauwalg verslagen” in de Maasland-editie van de Gelderlander (17 maart 2016, ) van J.Ariaans met interesse gelezen. De inhoud vraagt om een reactie.  

1e. Knotwilgen bij Graafse gracht leggen het loodje.

Niet alleen de knotwilgen (en andere bomen langs de gracht) hebben het loodje gelegd, maar wat erger is ook de geloofwaardigheid van bestuurlijke informatie/communicatie naar de burger toe.  Als je als overheid stelt dat: “bomen niet horen in het beeld van vestingwerken”, dan kan je je als burger afvragen over welke vestingwerken heb je het dan? We kunnen ons voorstellen dat in het kader van herstelwerkzaamheden er bomen gekapt moeten worden, maar dan wel in de geest van de bomenverordening die uitspreekt dat er dan ook herplanting plaats moeten vinden. Kaalslag kan, ook uit historisch oogpunt, niet de basis zijn van een verantwoord beeld van het terugbrengen van de oude vestingwerken in het stadslandschap.

2e. Kaalslag aan water, blauwalg verslagen.

Blauwalg is een bacterieel probleem dat voornamelijk ontstaat door opwarming (zomerse warmte) in combinatie met zuurstofgebrek en een overmaat aan mest en voedingstoffen in stilstaand water.

J.Ariaans schrijft: “De schuldige aan de kaalslag rond de vijver is de blauwalg. Keer op keer nestelde de bacterie zich in het Graafse water. Gevoed door de vallende bladeren van de bomen was er geen bestrijden aan”.

Deze bewering is, ons inziens, niet helemaal correct, of mogelijk zelfs helemaal niet correct. Miguel Lurling, universitair docent waterkwaliteitsbeheer aan de Wageningse Universiteit en erkend ‘blauwalg-expert’ stelt: als je blauwalg in stedelijk water wilt voorkomen dan moet de inrichting ervan aan een aantal eisen voldoen. Volgens Lurling speelt het beheer, preventief onderhoud dus, een grote rol. Een uitgekiend onderhoud is nodig om de overdaad aan nutriënten te beperken, de oorzaak van de woekering van de blauwalgen. In Grave echter is in geen dertig iets aan onderhoud gedaan, laat staan uitgekiend onderhoud. Dan wordt onmiddellijk duidelijk wat de oorzaak is van de blauwalgplaag in de vijver.

In dat kader doet hij (Lurling) enkele belangrijke aanbevelingen:

·        Het water moet kunnen doorspoelen,

·        niet al te ondiep zijn,

·        een voedselarme bodem hebben.

·        Zet geen bodem-omwoelende vis uit want dan komt het aanwezige overschot aan mest- en andere voedingstoffen alsnog in het water. Zijn advies: “Weersta de druk van de sportvissers”.

·        Zet waterplanten goed uit, en zorg ervoor dat ze op tijd gemaaid worden. Al het voedsel dat de planten kunnen opnemen verdwijnt dan uit het watersysteem,

·        Uitbaggeren op zijn tijd kan ook helpen tegen de vorming van blauwalgen, maar is erg duur.

De vraag is: hebben de problemen  van de stadsgracht te maken met het ondoordacht bezuinigen op het preventief onderhoud van onze groenvoorzieningen? Mogen we spreken van een schoolvoorbeeld van ‘penny wise-pound foolish’?  Mogen we dit vertalen als: ‘het kind met het badwater weggooien’?

Wat helpt dan wel in de strijd tegen de algen? Volgens Lurling varieert dat van plek tot plek. Baggeren kan helpen, evenals het zorgen voor een betere doorspoeling. Beide maatregelen werken op den duur alléén, als tegelijk het voedsel voor de algen wordt teruggebracht. Aanplant van waterplanten die mest en voedingstoffen uit de bodem nodig hebben verminderen de voedselbron voor de algen en zorgen daarmee voor een betere waterkwaliteit. Ook een veelbelovend Australisch middel dat fosfaten uit het water in de bodem opslaat is effectief. Al deze maatregelen vallen onder de noemers ‘Preventief onderhoud en uitgekiend beheer’

3e. Er moet nog wel eerst slib uit het water gebaggerd worden, 16.000 kubieke meter om precies te zijn.

Een globale berekening wijst uit dat de sliblaag in de vijver ongeveer een meter dik is. Daardoor is uitbaggeren pure noodzaak, evenals de hoge kosten die daarmee gepaard gaan. Dat is de rekening die wij gepresenteerd krijgen voor het langdurig achterstallig onderhoud. Juist om die reden is het van groot belang te bedenken hoe de waterkwaliteit in de toekomst gewaarborgd zal moeten worden. Mogen we stellen dat daarbij preventief onderhoud de verstandigste en tegelijk de goedkoopste oplossing is?

Gezien de natte baggermethode blijft immers de vraag of het water na de schoonmaakoperatie bacterievrij zal zijn. Met andere woorden, is de gekozen methode wel de echte oplossing van de blauwalgenproblematiek.

4e. Wim van der Wielen. “Met de vissteiger ben ik niet gelukkig”. Voordat de algen de vissers verdreven, zaten regelmatig mensen aan de waterkant. “Die kwamen op vrijdagmiddag en gingen maandagmorgen weer weg.” Hij schetst een verhaal van tentjes, krattenbier en mensen met verrekijker die in zijn woonkamer tuurden. “dan voel je je niet happy”.

 

 We kunnen ons aanvragen of hier sprake is van hinder dan wel aantasting van persoonlijkheidsrechten en met name het recht op eerbiediging van het

privé leven, ook wel ‘privacy’ genoemd. In dit kader hebben we het over de wens of het recht onbespied te genieten van woning en tuin. Het zou ons stadsbestuur sieren wanneer het dit grondrecht zwaarder zou laten wegen dan het sportvissen in onze stadsgracht. Tenslotte gaat het om een visvijver die overgaat in achtertuinen van aanwonenden en zo direct deel uitmaakt van hun levenssfeer.

 

5e. Met het zichtbaar maken van de oude vestingwerken krijgt de Graafse Cultuurhistorie een oppepper.

Het zichtbaar maken van de Graafse historische vestingwerken is een goede zaak. Maar de Graafse cultuurhistorie rechtvaardigt absoluut niet de geplande ‘Permanente’ kaalslag van het gebied dat straks deel gaat uitmaken van de ‘herboren’ historie.  De kaalslag past wèl in de politieke bezuinigingsfilosofie van het Graafs bestuur rond groen en groenonderhoud. Dat er gehakt, gebaggerd en gegraven wordt als investering in onze toeristische sector is een goede zaak en kunnen we alleen maar toejuichen. Maar hebt ook oog voor duurzaamheid waar de overheid zelf zo op hamert bij burgers. Kost misschien meer en dat vloekt met bezuinigingen, maar zal op de langere termijn beslist zijn vruchten afwerpen.  Waar gehakt wordt, met een scherpe bijl, daar vallen spaanders, echter waar dat gebeurd met de botte bijl van Daandels is de stadnatuur het slachtoffer. Toch?

Wil Baaijens, Ben Bongaards, Hans Satter; www.gravepolitiek.nl 

 

 

 

 

 

 








alle inhoud op www.gravepolitiek.nl valt onder © en mag niet zonder toestemming gepubliceerd worden.