Het spreekrecht, het recht van spreken en ons lokaal bestuur

Soms stuurt de theoloog in mij mijn denktrant  en mijn observaties nog altijd een beetje. Soms komt het toeval in de buurt van de wat omstreden voorzienigheid (Gods). Dat was mijn observatie bij twee gebeurtenissen in de commissie Inwoners en Bestuur. Maar laat ik gewoon bij het begin beginnen. Wethouder Henisch had net gereageerd op vragen vanuit de commissie. De evaluatie van de zogenaamde transities, de ingrijpende wijzigingen (transities) in de zorg die de gemeenten verantwoordelijk maken voor het beleid en de uitvoering , die evaluatie laat nog een tijdje op zich wachten. Het zijn landelijk operaties waarmee flink gehakt wordt en er dus ook veel spaanders vallen en dat maakt politici, ook onze raadsleden, zenuwachtig. Ze gaan op zoek naar antwoorden maar krijgen die uiterst mondjesmaat. Koks laten niet graag in hun keuken kijken voordat de spijzen opgediend kunnen worden.

Ondoordachte en knullige invoering

Nou heeft wethouder Henisch vanuit haar politiek en professioneel verleden echt wel wat krediet opgebouwd; als er in de gemeente Grave in de laatste decennia één beleidssegment echt uitstekend uit de verf gekomen is, is het de afdeling Sociale Zaken. Zij heeft daar als raadslid van de LPG hard mee aan getrokken, gedragen door de kennis, de inzichten en de praktijkervaring in haar dagelijks werk (arbeidsbureau, UWV). Er hoeft niet aan getwijfeld te worden dat zij haar wethouderschap met bevlogenheid en visie uitoefent. Daartegenover staat echter dat een aantal transities zo ondoordacht en knullig zijn doorgevoerd dat er in veel gemeenten nauwelijks tijd en mogelijkheid was om de broodnodige discussies te voeren over de plaatselijke uitwerking en invulling. In zo’n chaos wordt er aan veel touwtjes getrokken en bepaald niet alleen door bevoegde (gekozen) bestuurders. Sommige ambtenaren springen graag en soms rücksichtslos in de bestuurlijke gaten die er vallen en je hoeft maar aan wat Graafse geschiedenissen (werf, ark, Litjens, enz.) te denken om te weten dat dit geen ver-van-mijn-bed-show is in onze gemeente. Daarnaast hebben in een college alle leden naast de gezamenlijke ook hun eigen agenda en spelen daar uiteraard belangentegenstellingen waarbij het aankomt op de doorzettingsmacht van de individuele wethouders.

Niet lullen maar poetsen

Maar goed, de wethouder had de commissieleden dus weinig concreets te melden. Een paar minuten later kwam het spreekrecht en daar kwam Laurens Buddenberg aan de raadstafel zitten. Je zou hem mogen zien als de grijze eminentie van het doorgaans redelijke maar ook rondborstige tegengeluid. Trouw aan zijn ‘roots’ in het Rotterdam van de wederopbouw, waar ‘niet lullen maar poetsen’ het parool was. Een man die zijn sporen getrokken heeft in onze Graafse  maatschappij en die daarom ook zeker recht van spreken heeft, als hij in zijn nadagen geconfronteerd wordt met een overheid, ambtenaren, die nauwelijks boodschap (lijken te?) hebben aan de nood die hij gelenigd wil zien, ouderenzorg ter ondersteuning. Toch was zijn optreden in de commissie een inschattingsfout. ‘Buddie’ is blijkbaar nog altijd mans genoeg om de bureaucratische regels naar zijn hand te zetten maar zo’n individueel probleem hoort niet in een raadscommissie. De ‘casus’ werd dus schielijk doorgeschoven naar wethouder Henisch die met de spreker in de coulissen verdween.

Hardvochtig en rechtlijnig

Nou moet ik voorzichtig vaststellen dat het probleem van Buddenberg niet op zichzelf lijkt te staan. Ik heb al vaker geluiden opgevangen die wijzen in de richting van hardvochtig en rechtlijnig omgaan met regels en mensen, maar vanaf de zijlijn kun je dan niet zien of het gaat om een individuele ambtenaar die zijn of haar dag niet had of dat er structureel iets mis is. Bijvoorbeeld dat de instructies de ambtenaar geen ruimte laten om welwillend met cliënten om te gaan. Daarvan zijn landelijk de voorbeelden legio. Kranten en tv-rubrieken staan er vol van. Dat hoeft niet direct iets te zeggen van de Graafse situatie of de nieuwe situatie binnen CGM (Cuijk, Grave, Mill) maar noopt er wel toe om die transities ook hier in Grave goed in de peiling te houden.  Ik heb de indruk dat onze wethouder de raad daar gerust wat proactiever op de hoogte zou mogen houden. En de raadsleden zouden naar mijn zin gerust wat proactiever mogen opereren en het niet moeten laten bij voorzichtige, timide vragen. Het Hoofd der Gemeente tenslotte… Ze worden geacht zoveel voeling te hebben met de maatschappij en met maatschappelijke ontwikkelingen, dat ze gericht en goed geïnformeerd vragen kunnen stellen en een wethouder geen kans krijgt om de boot nog even af te houden. Een goed politicus heeft daar de instrumenten en het netwerk voor en hoeft op basis daarvan dus geen genoegen te nemen met een minimum aan antwoord en verantwoording om vervolgens met de mond vol tanden te staan en af te druipen met de staart tussen de benen.

Te elfder ure

Bovendien is een goed functionerend politicus zich er terdege van bewust dat hij het schild der zwakken hoort te zijn en dat burgers hem moeten weten te vinden als ze daar nood aan hebben. Buddenberg heeft alle recht om voor zichzelf en zijn belangen op te komen maar het tekent de Graafse situatie natuurlijk wel dat hij daarvoor zijn toevlucht moet nemen tot het paardenmiddel wat spreekrecht in deze context eigenlijk is. Het zou zomaar een teken aan de wand kunnen zijn…
Het toeval dat de commissieagenda en het spreekrecht zo nauw op elkaar aansloten, verrijkt onze politici hopelijk te elfder ure wel met het inzicht dat ze de ogen en oren horen te zijn van het bestuur en de spreekbuis, om nog even in het theologisch vocabularium te blijven hangen, de ‘voorsprekers’ moeten zijn van de burgers in hun noden. Zoals Maria in de hemel de voorspreekster is van de armen en behoeftigen, maar dan anders. Geen genadegave maar onvervreemdbaar recht. Zo liggen de menselijke en maatschappelijke verhoudingen anno 2015.

 

Ben Bongaards;www.gravepolitiek.nl








alle inhoud op www.gravepolitiek.nl valt onder © en mag niet zonder toestemming gepubliceerd worden.