Politiek gaat altijd over macht, niet meer en niet minder.

Als we het hebben over gemeentebestuur, college en raad, en de invloed die wij als burgers kunnen uitoefenen, gaat het over machtsverhoudingen. Onlangs schreef ik een column over de Wijkraad Binnenstad Grave die zich, in haar relatie tot de gemeente, zover in de hoek van machteloosheid en de daardoor opgeroepen frustratie en woede gedrukt voelt,  dat zij het vertrouwen in het politiek bestuur aan het verliezen is of misschien wel ronduit kwijtgeraakt is. Als je je ogen de kost geeft in bestuurlijk Nederland, merk je dat een dergelijke gang van zaken veel algemener is dan je zou vermoeden.
Zoals alom in den lande, worden ook in Grave ‘inspraak’ en ‘overleg’ met chocoladeletters geschreven  maar wordt daarbij niet (voldoende) onder ogen gezien dat we het daarmee ook hebben over machtsverhoudingen. Wijkraden, bijvoorbeeld, dragen plannen aan en leggen daar passende argumenten onder. Vervolgens stuurt de betreffende bestuurder in Grave een standaard ontvangstbevestiging en blijft het doorgaans daarbij. In veel andere gemeentes is de postverwerking beter georganiseerd en is die ontvangstbevestiging niet het laatste wat de afzender over zijn plannen en argumenten hoort. Dan antwoordt de bestuurder in een later stadium formeel dat hij de aanvraag ‘voor kennisgeving aangenomen heeft’. Hij geeft daarmee in ambtelijk jargon aan dat hij niets gaat ondernemen.

Barricaden  

De zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw waren een tijdperk waarin burgers de barricaden op gingen om beslissingen van de overheid af te dwingen, tegen te houden of op een andere manier te beïnvloeden. Voor bestuurders was dat een lastige en soms bedreigende manier van werken en daarom hebben zij een handzamer alternatief gevonden in het organiseren van overleg, gecombineerd met geïntensiveerde inspraak. Dat speelde zich af in de tachtiger jaren, waarin eveneens de mogelijkheden geschapen werden om beroep aan te tekenen of bezwaar te maken. Daardoor zijn burgers gaan denken dat ze meer voor elkaar konden krijgen in goed overleg met bijvoorbeeld de gemeente. Onze taal is in die tijd verrijkt met woorden als ‘klankbordgroepen’, ‘overlegstructuren’; begrippen die als grootste gemene deler hebben dat ze het van de suggestie moeten hebben.

Risico

Nu is overleg een tijdrovende en delicate aangelegenheid en kleeft er doorgaans het risico aan, dat het weinig zoden aan de dijk zet. De overheid zet overleg hoogstzelden in om de burger ter wille te zijn. De bedoeling is namelijk niet om echt rekening te houden met de burgers, maar om draagvlak te scheppen voor plannen die veelal kant en klaar aan de burger gepresenteerd worden. Het overleg dient er dan toe om de burgers te laten accepteren wat de overheid voor ze bedacht heeft. Door de suggestie dat de burger mee kan beslissen.

Reëel?

De kern van deze clash van verwachtingen ligt mogelijk in het mensbeeld achter de roep om overleg en dialoog. Is die roep wel zo reëel? De begrippen ‘overleg’ en ‘dialoog’ willen ons laten denken dat mensen zich door redelijke argumenten laten leiden en dat ze dat blijven doen als ze merken dat hun argumenten en opvattingen wringen met die van anderen. Dat blijkt volgens allerlei onderzoeken niet het geval. In een overlegsituatie is het bijvoorbeeld vaak erg lastig om een ander standpunt in te nemen dan collega’s, zeker als die ook nog eens je superieuren zijn. Hetzelfde geldt voor mensen uit je eigen partij, uit de buurt. Daardoor zie je dat bijvoorbeeld politici gaan praten ‘met meel in de mond’ waarbij ze er zorgvuldig op toezien gewenste of gewenst lijkende antwoorden te geven en afstand te houden van opvattingen die hun eigen of andermans opvattingen op losse schroeven zouden kunnen zetten. Er wordt dan geen discussie gevoerd; er wordt een rollenspel gespeeld op basis van wenselijke omgangsvormen, waar over en weer conflictrisico’s omzeild worden en er gestuurd wordt op een resultaat dat in feite al voorgekookt op tafel ligt.

Behept

Hoe mensen denken, hangt nauw samen met hun positie in de samenleving. Onderzoek heeft bijvoorbeeld uitgewezen dat mensen hetgeen ze waarnemen en denken heel graag op één lijn brengen met wat hun omgeving denkt en ziet. Eenvoudige, laag opgeleide mensen zijn daarmee behept maar hoog opgeleide zeker niet minder. De sociale druk zorgt ervoor dat mensen nauwelijks geraakt worden door redelijke argumenten of, bijvoorbeeld, een beroep op hun geweten. Om die reden is overleg vaak zo geregeld dat conflicten gemeden worden; de indruk wordt gewekt er samen uit te willen komen maar in feite is dat nauwelijks aan de orde. De Poolse Landdagen die in Grave ‘overleg’ genoemd worden, zijn daarom bijvoorbeeld steevast confrontaties tussen overheidsdienaren die (op papier) precies weten wat ze willen en de burgers maar wat laten roepen. Beide spreken een taal die de ander niet verstaat.

Te druk?

Hieruit kunnen we voorzichtig de conclusie trekken dat, wanneer wethouders, burgemeesters en raadsleden niet of enkel formeel antwoorden op kritiek, adviezen, suggesties of verzoeken van bijvoorbeeld groepen burgers of een wijkraad, het er eigenlijk niet om gaat dat ze het te druk hebben, een verklaring die in Grave in alle toonaarden een variaties te horen en te lezen is. De pijn zit hem er in dat ze er mee in hun maag zitten. Iedere suggestie die opgepikt wordt en ieder verzoek dat ingewilligd wordt, bergt het risico in zich van een morrende fractie, van ambtenaren die, om het wat plastisch te zeggen, de kont tegen de krib gooien, van politieke overeenstemming die fragieler wordt, naarmate er stenen uit het bouwsel los komen zitten. Een wethouder die zich teveel gelegen laat liggen aan de wensen en verlangens van burgers komt daardoor snel in aanvaring met zijn ambtenaren en kiest er bijgevolg vaak voor een brief ‘voor kennisgeving aan te nemen’ of, in gewone-mensen-taal, onbeantwoord in de prullenbak te deponeren.

Wensdenken

Het is daarom in hoge mate wensdenken van burgers, dat er iets te winnen zou zijn door overleg met wethouders en raadsleden en dat is zeker het geval, wanneer die burgers ongevraagd het overleg of de dialoog zoeken. Om overleg effectief te laten zijn, moeten eerst de machtsverhoudingen op de schop. De simpele constatering dat de gemeente wel echt overlegt met bijvoorbeeld de Rabobank en Mooiland Maasland, duidt op het werkelijke pijnpunt, de machtstatus van de gesprekspartner. In een situatie als de Graafse zouden we daaruit de conclusie moeten trekken dat we als eenling of groepje idealisten geen partij zijn in het overleg maar dit moeten afdwingen door ons te verenigen. Om zo te voorkomen dat we worden gemarginaliseerd. Laten voelen dat we het bestuur niet de gelegenheid willen bieden om onze wensen en verlangens ondergeschikt te maken aan bijvoorbeeld de belangen van de gemeentelijke bureaucratie.

Navrant

Wanneer we ons een beeld vormen van de stand van zaken in onze gemeente, zien we dat we langzaam maar zeker een situatie hebben laten ontstaan waarin de burger niet meer is dan het sluitstuk van de organisatie. Op papier en soms zelfs in de beleving van bestuurders leeft het (theoretische) besef dat wij de spil zijn van de gemeentelijke democratie maar in het dagelijks leven wordt er doorlopend gedacht voor of namens ons. Dat valt bijvoorbeeld te distilleren uit de gang van zaken rond de takendiscussie. Ondanks waarschijnlijk heel veel goede bedoelingen slaagt men er niet (meer) in de burger daar echt bij te betrekken. Men slaagt er niet in de ‘modellen’ zo te interpreteren dat burgers snappen dat het over hun gaat en creëert zodoende op voorhand een Toren van Babel. Bestuurders en burgers lukt het niet meer om op gelijke golflengte te komen. Democratie is, zoals de Fransen het noemen, een kwestie van ‘éducation permanente’, van niet aflatend leren en het is navrant hoe weinig onze politici en burgers zich daarvan bewust (willen) zijn. En hoe weinig moeite beide doen om het spel volgens de regels te leren spelen. Er is een wereld te winnen… In Grave en in Nederland. In politiek en burgerij.

 

Ben Bongaards; www.gravepolitiek.nl








alle inhoud op www.gravepolitiek.nl valt onder © en mag niet zonder toestemming gepubliceerd worden.