Grave, zee van wuivend fluitenkruid, prikkelende brandnetels en statige berenklauw

Vooraf

Een stukje van Ben Bongaards? Jawel. In de maanden voor zijn overlijden schreef Ben enkele commentaren die toen –om redenen van dosering niet meteen geplaatst konden worden. Teruglezend hebben ze niets aan actualiteit en belang verloren. De wijze waarop de gemeente Grave omgaat met het openbaar groen is voor velen een constante ergernis. De voorbije maanden is er met recht veel over geklaagd. Van enige verbetering is geen sprake. Tijd om Ben Bongaards er met terugwerkende kracht nog een over te horen.

Sober en robuust

‘Sober en robuust’, zo kenschetst onze gemeente het karakter van haar openbaar groen. Althans daar is het onderhoudsbeleid op gericht. *) Zoals gebruikelijk komt beleid tegenwoordig, net als melk en suiker, uit de fabriek en de CGM-samenwerking heeft dat gezamenlijk ingekocht bij een adviesbureau. Dat bestuurt lekker, zo weten we, en heeft als grote voordeel dat het er op papier aanlokkelijk uitziet. Met mooie, creatief geselecteerde woorden en glanzende foto’s. Daverende woorden, schitterende plaatjes, een gemeentebestuur wiens werkelijkheid samengeklonterd is binnen het marmer, ziedaar de ingrediënten van het Graafse groenonderhoud.

Meer smaken van hetzelfde

Binnen een zogeheten ‘beeldbestek’ (onderhoudscontract), gebeuren dan de typisch Graafse wonderen op bestelling. Er is een aantal graden in representativiteit, aanlokkelijkheid en sfeer en die vertegenwoordigen de norm die onze gemeenteraad gesteld zou willen zien. In de tijd van Harry de Greeff was dat de zesjescultuur, omdat die dat het hardst riep. Nu zijn er wat meer smaken van hetzelfde. Vijf beeldkwaliteitsniveaus maar liefst; van A⁺, via A, B en C naar D. Niveau A⁺ is dat van een toeristische gemeente die haar beste beentje voor zet. Dat bestaat in Grave niet. In haar beleid stelt de raad C als norm. Dat is een zooitje maar wel een zooitje waarover nagedacht is. Inwoners kunnen aan de hand van het onderhoudsschema bij benadering inschatten wanneer hun woonomgeving enigszins toonbaar en genietbaar zal zijn. Praktisch beredeneerd is dat de tijdsspanne van het C-niveau. Een citaat van de site: ‘Een C-niveau voor plantsoenen houdt in dat er best veel onkruid mag voorkomen in de beplantingsvakken, voordat er door de aannemer ingegrepen wordt. In elk geval meer onkruid dan u in de voorgaande jaren gewend was.’ (zes-minnetjes-cultuur?) Volgens het nieuwe beleid blijft het Graafse groen dus gewoon het inmiddels vertrouwde zooitje maar is er wel een ambtelijke gedachtegang onder geschoven om de pil te vergulden. Hoe het zou kunnen zijn, kunnen wij zien op de foto’s. Voor De Kat, mijn favoriete stukje Grave, betekent dit dat soms het vestingwerk onder fluitenkruid, brandnetels en berenklauw vandaan getoverd wordt en dat we het in de maanden daartussen moeten doen met de ‘pure natuur’ die langzaam het monument in bezit neemt. Mooi, zeker, maar van een vestingstad verwacht je dat ze zich onderscheidt van het wijde en weidse ommeland in plaats van daarin helemaal op te gaan.

Een handige tool voor de toerist

Een ander punt is dat de gemeente niet alleen haar groen moet onderhouden maar zich ook graag opmaakt voor toeristen. Je zou daarom verwachten dat Grave, parallel aan die onderhoudsniveaus in haar toeristenfolders aangeeft wanneer toeristen welkom zijn en hoe welkom ze zijn. Gewoon ook van A⁺ tot en met D. A⁺ zou dan het in Grave niet voorkomende onderhoudsniveau zijn van stadjes als Ravenstein en dorpen als Schaijk. C zou staan voor wat voor de Gravenaar voldoende moet zijn en waarmee de toerist het ook maar moet doen, als hij zich op het goede moment op de juiste plaats bevindt. Als Grave dan in de folders aangeeft op welk moment de stad in welke staat van onderhoud aangetroffen kan worden, krijgt die een handige tool om zijn keuze tussen Grave, Ravenstein of Schaijk te maken.  
Ook zou Grave van haar nood een deugd kunnen maken door de stad aan te prijzen, zoals ze is. ‘Grave, zee van golvend fluitenkruid’, ‘Grave prikkelend als haar brandnetels op haar stoepen’. Of: ‘Ontdek Grave in de schaduw van de berenklauw’. Of ‘Grave met zijn bloemetjestrottoirs’.

Geen wonder dat het toerisme het ondergeschoven kindje blijft. Ons bestuur is te druk met zichzelf in de weer om de blik naar buiten te richten. Toeristen, leuk om over te filosoferen, maar wel erg vermoeiend als je speciaal voor hen de plantsoenen moet onderhouden. Ons Gravenaren kan het geen moer schelen; we laten ons bestuur gewoon aanklooien en slikken het voor zoete koek als er een lullige slogan geplakt wordt op nog lulliger beleid. ‘Als het beeldbestek maar klopt’, denkt het Graafse raadslid tevreden, als het voelt hoe het kalfsleer zijn of haar billetjes op de juiste temperatuur houdt, zodat ze een koele zitkont houden. Daar doe je het immers voor, Graafse politiek.

Wijlen Ben Bongaards; www.gravepolitiek.nl

*) http://www.grave.nl/internet/nieuws_3138/item/gemeente-grave-past-methode-groenonderhoud-aan_52819.html

 

Grave 








alle inhoud op www.gravepolitiek.nl valt onder © en mag niet zonder toestemming gepubliceerd worden.