Beschikbare politici.

Volgens de tellingen van het DNPP (Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen) waren er in Nederland op 1 januari 2017, slechts 289.456 burgers lid van een politieke partij. Uit een aantal van ca. 12.900.000 kiesgerechtigden in Nederland is dus slechts 2,2% (gemiddeld)  lid van een politieke partij.

 

Volgens het DNPP (Trouw;2005) woonden in de provincie Groningen relatief de meeste leden van politieke partijen. Namelijk 3,5% van de kiesgerechtigden bevolking. Friesland en Drenthe volgden op de tweede en derde plaats. Ruwweg lopen de gemiddelden van 3,5 % in de noordelijke provincies naar 1,7 % in Noord-Brabant en Limburg. Het aantal kiesgerechtigden in Noord-Brabant ligt rond 1.900.000. Als we een gemiddelde aanhouden van 1,7%, telt onze provincie dus slechts 32.300 inwoners die lid zijn van een politieke partij. Uit onderzoeken blijkt voorts dat 10 tot 20 % van de geregistreerde partijleden binnen hun partij echt actief deelnemen aan het proces zoals dat binnen onze representatieve democratie gespeeld wordt.

De cijfers in bovenstaand kadertje zijn ook toe te passen op de politieke structuur en situatie in onze gemeente. Maar om een minder kritische marge te kiezen, kunnen we ook uitgaan van het landelijk gemiddelde van 2,2 % en 20% actieve leden binnen een politieke partij. Vervolgens kunnen we inschatten dat voor de gemeente Grave de volgende cijfers gelden:

1.    aAanntal kiesgerechtigden; 9600,

2.     Aantal geregistreerde partijleden: 211,

3.     Aantal leden dat daadwerkelijk politiek actief is en dus in de positie verkeert om binnen het politieke bestuur direct invloed uit te oefenen op politieke beslissingen of functies: 42. Het bovenstaande leert ons feitelijk dat in ons politieke systeem van representatieve democratie, wanneer we de cijfers toepassen op de situatie in de gemeente Grave, in de regel 0,44 % van de burgers beslissingen nemen voor 99,56 % van de rest van de kiesgerechtigde bevolking.

Naar onze mening wordt de legitimiteit van onze democratie ernstig aangetast doordat de politieke vertegenwoordiging van kiesgerechtigden minimaal is. We kunnen ook, vanuit een andere invalshoek bekeken, vraagtekens plaatsen bij de professionele representativiteit van gekozenen. Er wordt immers, wat betreft bestuurlijk talent slechts uit een “te kleine vijver politiek actieven gevist”. De kwaliteit is er dan ook naar*. Kennis en kunde van beschikbare van politici, gemiddeld gezien, komen zozeer onder druk te staan dat partijlidmaatschap van groter gewicht wordt geacht dan gewenste bestuurlijke competentie. 

Verkiezingsbeloften: Fictie of werkelijkheid.

Zoals we in aanloop naar de vorige gemeenteraadsverkiezingen (2014) schreven, zullen ook in de aanloop naar de komende verkiezingen weer allerlei verkiezingsprogramma’s het licht gaan zien met nieuwe flinterdunne beloften die na de verkiezingen, vanwege de coalitievorming of gebrek aan financiële dekking, zullen verdampen en daardoor betekenisloos worden. Toch wordt er bij iedere verkiezing opnieuw door de partijen grote waarde gehecht aan dit soort propagandistische lokkertjes. Waarschijnlijk is de achtergrond dat de meeste partijen niet de rekening gepresenteerd willen krijgen voor wat ze in een afgelopen raadsperiode nagelaten hebben of niet hebben kunnen bereiken, terwijl ze dat, zij het met te algemene en te vage beloften, wel hadden beloofd. Kennelijk bieden de gedane beloftes onvoldoende aanknopingspunten om verantwoording af te leggen over hetgeen daadwerkelijk is gepresteerd. Het doen van nieuwe beloften is dan, in de visie van onze politieke elite, de aangewezen (enig resterende) weg om daadkracht uit te stralen en daardoor stemmen te trekken. Beloftes doen kan iedereen maar beloftes waarmaken is een proces van daad en daadkracht. Onze politieke ambtsdragers blijken onvoldoende ruggengraat te hebben om de verbinding te maken/leggen tussen wat ze als politicus beloven en kunnen waarmaken.

Financiële positie: succesvol of dramatisch.

In de aflopende raadsperiode (eind 2013 tot eind 2017) liep, als we de jaarrekening van 2014 en de programmabegroting van 2018-2021 goed interpreteren, de schuldenpositie van onze gemeente op van € 13.535 miljoen naar € 35.159 miljoen. Tegelijk daalde het ‘Eigen Vermogen’ van € 20.180 miljoen naar € 17.333.000.- en liepen de voorzieningen terug van € 11.236.000 naar € 8.019.000.

Dit gebeurde:

·       ondanks de onrechtmatige overheveling van € 2.000.000 uit de rioolvoorziening in 2014,

·       ondanks de structureel te hoge OZB-verhogingen;

·       ondanks een toevoeging in 2017 van minimaal € 2.500.000 uit de stille reserves.

 

Nu is het weliswaar een geaccepteerd gegeven dat gemeenten schuld maken en daarmee lenen aanwenden als een vorm van financieren, maar daarbij hoort dan wel bedacht te worden dat ook de maatvoering belangrijk is. Gemeenten horen dus te bedenken dat ook de hoogte van de schuld van groot belang is. Schulden moeten op z’n minst beheersbaar blijven. Kijken we naar de schuldopbouw in de voorbije raadsperiode en die van 2010 -2014 (met het CDA als coalitiepartij), dan dringt de vraag zich op of de noodzakelijke uitgaven voor publieke voorzieningen en hoognodige investeringen nog gedaan kunnen worden, wanneer de schuldverplichtingen even sterk toenemen. Zijn wij al niet op het punt gekomen dat rente en aflossingen in het gedrang komen, omdat het gevoerde beleid een trendmatig karakter heeft en van geen enkele bijsturing sprake is, behoudens lastenverhogingen.  Het lijkt ons dan ook een verstandige suggestie dat verkiezingsbeloften en de daaraan verbonden kosten door onze politieke partijen in hun komende verkiezingsprogramma’s onderbouwd gaan worden en dat zij aangeven hoe en waaruit die kosten gefinancierd gaan worden.

Voorbeeld.

In de ARENA van 25 november werd in het artikel “Ben Peters gekozen tot lijsttrekker CDA Grave” door het CDA het thema duurzaamheid aangekaart. Citaat: “Zo is, in het kader van duurzaamheid, het CDA onder meer voor realisatie van een waterkrachtcentrale bij de Thompsonbrug in plaats van de windmolens aan de overzijde van de Maas bij Overasselt en Nederasselt”. Een mooi politiek initiatief. Daar kan je niet op tegen zijn. Windmolens aan de overkant van de Maas worden gezien als horizonvervuilers maar geldt dat niet evenzeer voor de geplande woningbouw op de EMAB-locatie waar raadslid Peters en zijn CDA-fractie groot voorstander van zijn?

De idee van een waterkrachtcentrale is niet nieuw.** In oktober 1996 onderzocht de PNEM de mogelijkheid om in Grave en in Sambeek een waterkrachtcentrale te bouwen ter hoogte van beide stuwen. In Grave zou het gaan om een centrale van 4 tot 5 megawatt. De bouwkosten werden toen geschat op 40 miljoen gulden (18,2 miljoen euro). Inmiddels zullen die kosten ook opgelopen zijn. Onze vraag aan Peters is dan ook: hoe wil het CDA zo’n waterkrachtcentrale gaan financieren? Met nog hogere schulden? Beloften doen is een goedkope manier om verwachtingen te wekken, als tegelijk het gevoerde beleid de realisatie ervan dwarsboomt.

Ben Bongaards, Wil Baaijens.

www.gravepolitiek.nl

 *) Bron: Pim Fortuyn. De puinhopen van acht jaar paars, blz. 136.

**) Bron: De Gelderlander van 30-10-1996.

 

 

 

Agenda

Februari 2018
M D W D V Z Z
29 30 31 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 1 2 3 4

Andere website's

Inlogformulier








alle inhoud op www.gravepolitiek.nl valt onder © en mag niet zonder toestemming gepubliceerd worden.