Hoe breng je een scheepswerf om zeep?

 

Door de uitspraak van het Gerechtshof Den Bosch van 19 febr. 2019 is er eindelijk juridische duidelijkheid gekomen in het conflict tussen de gemeente Grave en de curator van de failliete Graafse scheepswerf. De uitspraak van het hof is klip en klaar: de gemeente is schuldig aan het faillissement van de werf en zal moeten dokken. Uit het vonnis van het hof is af te leiden dat raad en college in 2011 doelbewust hebben aangestuurd op een belemmering van de bedrijfsvoering van de werf. 

Kwalijk daarbij is dat de Graafse overheid de eigenaar van de werf door wethouder Daandels publiekelijk werd geschoffeerd door deze een slechte en onbetrouwbare ondernemer te noemen.

In het vonnis van het gerechtshof is te lezen dat de werf in vergevorderde onderhandeling was met rederij Viking River Cruises voor het leveren van twee cruiseschepen met een lengte van 135 meter. De gemeente blokkeerde dit. Zij hield vast aan het eigen bestemmingsplan waarin een maximale lengte van 110 meter was opgenomen in de wetenschap nota bene dat al vanaf 2009 wettelijk een lengte van 135 meter was toegestaan. Daarvoor wilde de gemeente geen vergunning geven.

Kwalijke rol LPG

Gezien de problemen rond de vergunningverlening voor het bouwen van schepen langer dan 110 meter dreigde een failliet van de werf. Daarop werd in de raadsvergadering van 20 december 2011 door een raadsmeerderheid een motie aangenomen om de bouw van cruiseschepen met een lengte van 135 meter te gedogen. Deze gedoogconstructie beoogde een definitieve regeling voor het bouwen van schepen tot 135 meter in het vooruitzicht te stellen. Saillant: de twee LPG-raadsleden Henisch en Vollenberg steunden deze motie niet Kennelijk zagen ook zij liever een definitieve ondergang van de werf.

 

Daarmee stelde de LPG zich achter de toenmalige CDA-wethouder Daandels die lak had aan de motie en deze niet uitvoerde. Hij hield vast aan een maximale lengte van 110 meter. Daarmee kwam het zwaard van Damocles boven de scheepswerf te hangen. Er was geen enkel zicht op een bestendige voortzetting van het bedrijf. De aanvraag voor een faillissement was dan ook een logische stap. De uitspraak van het gerechtshof op 19 febr. 2019, bevestigt dat. 

Door het onrechtmatig handelen van het Graafs politiek bestuur, om toch een lengtebeperking van 110 meter in het ontwerpbestemmingsplan op te nemen, kwam de werf direct in financiële problemen.

Wanbeleid gemeente

Bij een dreigend faillissement wordt door de rechtbank een curator aangewezen die op basis van strikte onafhankelijkheid tot taak heeft het op (juridisch) correcte wijze afwikkelen van het faillissement en het verzamelen van zoveel mogelijk geld waarmee geheel of gedeeltelijk de schuldeisers kunnen worden betaald.

 

Daarnaast zal de curator ook onderzoeken of sprake is van

·     Bestuurdersaansprakelijkheid vanwegewanbeleid van de werfdirectie, 

·     Of voorafgaand aan het faillissement activa van de onderneming zijn verduisterd, dan wel bepaalde schuldeisers zijn bevoordeeld.

Het vonnis van het Gerechtshof, maakt duidelijk dat er geen sprake was geweest van wanbeleid of slecht ondernemerschap of dat door de eigenaar doelbewust was aangestuurd op een faillissement van de werf zoals door een deel van de raad en het college publiekelijk werd gesuggereerd. De teloorgang van de werf is volledig toe te schrijven aan het wanbeleid van de gemeente. Zo spreekt het hof van een “vertraging van het vergunningstraject”. Het niet op tijd (willen?) verlenen van een vergunning voor het bouwen van schepen van 135 meter.

Op nog andere wijze schemert door dat de gemeente van de scheepswerf af wilde. De gemeente lag jaren met de projectontwikkelaar van het Wisseveld overhoop. Het geschil kostte de Graafs gemeenschap 12 miljoen euro. Er waren heimelijke afspraken met GBB, de projectontwikkelaar van het Wisseveld. Een van de afspraken was “geen uitbreiding scheeppswerf” zo valt o.a. op te maken uit een vertrouwelijk document van B&W van 30 januari 2012.

Zo’n stiekeme (onrechtmatige) afspraak met een projectontwikkelaar plaatst het faillissement van de werf in een ander daglicht. Het geeft voeding aan de gedachte dat de gemeente doelbewust aanstuurde op een koude sanering van de werf om de GBB te behagen.

Het lijkt ons dat een onafhankelijk onderzoek door de Rekenkamer over deze en andere kwesties rond de teloorgang van de werf uitsluitsel moet geven. 

Wil Baaijens, Hans Satter www.gravepolitiek.nl

 

 

 

 

 

 

 

 








alle inhoud op www.gravepolitiek.nl valt onder © en mag niet zonder toestemming gepubliceerd worden.